Module 1 - Les 2

Data verkennen in QGIS

Inleiding

In de vorige les heb je gewerkt met een kaart en meerdere lagen. Maar een kaart laat alleen de buitenkant zien. Achter elk object zit dataDataData zijn gegevens die je kunt gebruiken om iets te onderzoeken, te analyseren of zichtbaar te maken.In GIS gaat het vaak om gegevens met een locatie, zoals adressen, wegen, gebouwen, percelen of meetpunten. Data vormen de basis voor kaarten, analyses en conclusies. opgeslagen.

In deze les ga je ontdekken:

Dit vormt de basis voor alle volgende lessen

Wat heb je nodig?

Wat ga je doen?

Stap 1 – Project openen

Stap 2 – Kennis maken met de info-knop

In de werkbalk staat een knop waarmee je informatie kunt opvragen over objecten.

Er verschijnt een venster met informatie over dit object. De gegevens die je ziet noemen we attributenAttributenAttributen zijn beschrijvende gegevens die bij een object horen.In GIS heeft een object, zoals een gebouw, weg of perceel, meestal meerdere attributen. Bijvoorbeeld: naam, type, oppervlakte, bouwjaar of eigenaar. Deze gegevens staan vaak in de attributentabel.. Dit zijn eigenschappen van een object zoals naam, type of functie.

De info-knop toont gegevens van de actieve laag. Selecteer dus eerst de juiste laag in het lagenpaneel waar je informatie over wilt zien. Zie je niets, controleer dan of je de juiste laag actief hebt gezet.

Stap 3 – Onderzoek de lagen

Je gaat nu verschillende objecten onderzoeken.

Voer de volgende handelingen uit:

Bekijk per object:

Vergelijk de informatie tussen de verschillende lagen. Je zul merken dat elke laag andere attributen heeft.

Stap 4 – Vergelijken en analyseren

Beantwoord voor jezelf:

Stap 5 – Nog meer data

Klik op een spoorlijn en achterhaal:

Welk resultaat lever je op?

Een kort overzicht (bijv. in Word of Excel) met:

Wat moet je kunnen uitleggen?