Inleiding
In de vorige les heb je gewerkt met een kaart en meerdere lagen. Maar een kaart laat alleen de buitenkant zien. Achter elk object zit dataDataData zijn gegevens die je kunt gebruiken om iets te onderzoeken, te analyseren of zichtbaar te maken.In GIS gaat het vaak om gegevens met een locatie, zoals adressen, wegen, gebouwen, percelen of meetpunten. Data vormen de basis voor kaarten, analyses en conclusies. opgeslagen.
In deze les ga je ontdekken:
- welke informatie achter objecten zit
- hoe je deze informatie kunt bekijken
- wat de verschillen zijn tussen lagen
Dit vormt de basis voor alle volgende lessen
Wat heb je nodig?
- QGIS
- Je QGIS-project uit les 1
Wat ga je doen?
Stap 1 – Project openen
- Open je QGIS-project uit les 1
- Controleer of alle lagen zichtbaar zijn.
Stap 2 – Kennis maken met de info-knop
In de werkbalk staat een knop waarmee je informatie kunt opvragen over objecten.
- Zoek de (i-symbool)
- Klik op deze knop
- Klik vervolgens op een object op de kaart.
Er verschijnt een venster met informatie over dit object. De gegevens die je ziet noemen we attributenAttributenAttributen zijn beschrijvende gegevens die bij een object horen.In GIS heeft een object, zoals een gebouw, weg of perceel, meestal meerdere attributen. Bijvoorbeeld: naam, type, oppervlakte, bouwjaar of eigenaar. Deze gegevens staan vaak in de attributentabel.. Dit zijn eigenschappen van een object zoals naam, type of functie.
De info-knop toont gegevens van de actieve laag. Selecteer dus eerst de juiste laag in het lagenpaneel waar je informatie over wilt zien. Zie je niets, controleer dan of je de juiste laag actief hebt gezet.
Stap 3 – Onderzoek de lagen
Je gaat nu verschillende objecten onderzoeken.
Voer de volgende handelingen uit:
- Klik op een gemeente
- Klik op een spoorlijn
- Klik op een treinstation
Bekijk per object:
- Welke informatie is beschikbaar?
- Welke velden zie je?
Vergelijk de informatie tussen de verschillende lagen. Je zul merken dat elke laag andere attributen heeft.
Stap 4 – Vergelijken en analyseren
Beantwoord voor jezelf:
- Welke laag bevat de meeste informatie?
- Welke laag bevat de minst uitgebreide data?
Stap 5 – Nog meer data
Klik op een spoorlijn en achterhaal:
- De naam van de spoorlijn (geocode_naam)
- De lengte van het spoor (afronden op een geheel getal)
- Publicatiedatum van de informatie
Welk resultaat lever je op?
Een kort overzicht (bijv. in Word of Excel) met:
- Minimaal 3 objecten van elke soort met bovengenoemde informatie
Wat moet je kunnen uitleggen?
- Wat zijn attributen in GIS?
- Waarom heeft elke laag andere informatie?
- Wat kun je met deze informatie doen?
- Waarom is de kaart zonder deze informatie eigenlijk ‘onvolledig’?
